Achtergrond
Redactie
Tekst:
Redactie
Verwachte leestijd: 2 min

Welke strategie koos het kabinet? En waarom?

Het kabinet koos tijdens de coronacrisis voor een intelligente lockdown. Wat zijn de voor- en nadelen van deze strategie?

“In tijden van diepe onzekerheden en urgente problemen, kunnen autoriteiten voor twee type benaderingen kiezen, namelijk de Principiële en de Pragmatische benadering”, staat in het boek ‘COVID-19, een analyse van de nationale crisisrespons’, geschreven door de crisisonderzoekers Arjen Boin, Werner Overdijk, Charon van der Ham, Jessy Hendriks en Dionne Sloof. In het boek geven zij uitleg over de gekozen strategie.

Principiële benadering
Bij de Principiële benadering staat één waarde centraal, bijvoorbeeld de publieke gezondheid of de economische waarde. De responsstrategie wordt vervolgens geënt op die waarde. Een keuze voor de volksgezondheid als dominante waarde, leidt dan al snel tot een lockdown of quarantaine. Een keuze voor de economie vertaalt zich in een advies dat de economie zo veel mogelijk moet doordraaien.

Bij de Principiële benadering staat één waarde centraal, bijvoorbeeld de economie

In deze benadering wordt er geen poging gedaan om deze waarden te verenigen. Ze worden tegenover elkaar geplaatst. Er wordt een dilemma gecreëerd dat vervolgens in één adem wordt beslecht.

Pragmatische benadering
In de Pragmatische benadering wordt een absolute keuze voor één bepaalde waarde juist vermeden. Deze benadering neemt als vertrekpunt dat de perfecte strategie met de beschikbare kennis niet mogelijk is. De optimale responsstrategie moet nog ontdekt worden.

Dit wordt gedaan door een voorzichtige stap te zetten en te kijken wat de gevolgen zijn. Als het lijkt te werken, gaan we verder op die lijn. Als het niet werkt, moeten we iets anders proberen. Het voordeel van deze benadering is de flexibiliteit van handelen. Leiders zitten niet vast aan een strategie die niet blijkt te werken.

Gekozen strategie
Premier Mark Rutte koos aanvankelijk voor de Pragmatische benadering. Per week, per dag werd bekeken hoe de maatregelen uitpakten. Als de maatregelen niet werkten, moesten er strengere maatregelen worden overwogen. Een volledige lockdown hoorde wel degelijk tot de mogelijkheden, zo maakte Rutte duidelijk. Evengoed zouden de scholen en restaurants weer open kunnen, als de situatie dat toeliet.

Na het afkondigen van de lockdown was het afwachten. Zou deze maatregel voldoende helpen?

Bewezen kennis
Om de Pragmatische benadering te laten slagen zijn drie randvoorwaarden nodig. In de eerste plaats moet de werkhypothese (het idee dat je gaat uitvoeren) gebaseerd zijn op bewezen kennis. Dit lijkt een paradox. Maar we weten wel iets over de pandemie. We weten bijvoorbeeld dat de verspreiding gefaciliteerd wordt door bijeenkomsten van grote groepen mensen. Dat gegeven maakt het mogelijk om een eerste werkhypothese te formuleren: als we het aantal contactmomenten verminderen, zal het aantal besmettingen dalen.

Snelle feedback
Een hypothese is maar een hypothese. De onzekerheid is groot en het is helemaal niet zeker dat de initiële respons (de werkhypothese) zal werken. Feedback is daarom essentieel.

Het aantal bezette IC-bedden was een trage indicator

De ontdekking van een werkende strategie vereist gedetailleerde informatie over de bedoelde en onbedoelde effecten van de genomen maatregelen. Zonder die informatie kan een niet-werkende strategie – te soepel of te streng – te lang blijven bestaan. Dat betekent zo veel mogelijk mensen testen, kijken of mensen zich aan de regels van social distancing houden en de schaarste in de gaten houden, bijvoorbeeld van mondkapjes, bedden en personeel.

Effectieve communicatie
Het grote nadeel van de Pragmatische benadering is dat die zich moeilijk laat communiceren. Mensen willen helemaal niet horen dat de overheid aan het experimenteren is. De overheid moet dus helder uitleggen waarom zij voor deze benadering kiest, dat er beleidswijzigingen zullen volgen en dat de overheid de wijsheid niet in pacht heeft. De competitie van het ‘principiële’ frame zal echter groot en permanent blijken.

Trage indicator
Na de afkondiging en de initiële bijstelling van de intelligente lockdown in maart volgde een periode van afwachten. Zou de intelligente lockdown werken? De nationale crisismanagers hadden geen snelle feedback die hen kon helpen deze belangrijke vraag te beantwoorden. Er werd niet grootschalig getest, dus het verloop van het aantal besmettingen was onbekend.

Er was eigenlijk maar één beschikbare indicator: het aantal door coronapatiënten bezette IC-bedden. Dit was een hele trage indicator, want hiermee werd het effect van de maatregelen op zijn vroegst pas na enkele weken zichtbaar.

Sluipende omslag
Gaandeweg werd duidelijk dat de intelligente lockdown werkte. De pandemie werd onder controle gebracht. En dus klonk er steeds luider de vraag wanneer Nederland weer van het slot af kon.

Toen gebeurde er iets opmerkelijks. De flexibiliteit van de beginfase maakte plaats voor voorzichtigheid. Deze benadering staat in de literatuur bekend als het precautionary principle: alleen iets ondernemen als je absoluut zeker weet dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de publieke gezondheid. De gedurfde Pragmatische benadering maakte plaats voor de voorzichtige Principiële benadering. Premier Rutte wil pas aan versoepelingen denken als hij zeker weet dat het virus onder controle is. Pas in het weekend van 2 en 3 mei komen de versoepelingen in zicht.

Waar die omslag vandaan komt? Het boek ‘COVID-19, een analyse van de nationale crisisrespons’ onderzoekt twee mogelijke verklaringen. Het boek is te bestellen via bol.com.