Interview
Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 4 min

Stratego: ‘Oud-militairen gaan voor het beste groepsresultaat’

Oud-militairen zijn vaak goede crisismanagers. Toch krijgen zij niet altijd de waardering die zij verdienen. Welke kwaliteiten hebben oud-militairen? En waarom passen zij juist wél goed in een reguliere organisatie?

“Er zijn nog altijd veel vooroordelen over oud-militairen”, zegt Andrea Lapère, eigenaar van het arbeidsbemiddelingsbureau Stratego. “Het bekendste vooroordeel is dat militairen alleen maar in staat zouden zijn om orders te schreeuwen. Ik vind dat onterecht, want oud-militairen zijn vaak juist goede strategische denkers die op een sleutelpositie in een organisatie het verschil weten te maken.”

Andrea was zeven jaar geleden al onder de indruk van de kwaliteiten van militairen. Daarom richtte ze een arbeidsbemiddelingsbureau op speciaal voor oud-militairen. Ze had gedacht dat het meteen een groot succes zou worden. “Ik zag zelf hoeveel potentie deze doelgroep heeft, dus ik had verwacht dat elke organisatie wel een oud-militair zou willen hebben.” Dat viel tegen, want ook zij moest opboksen tegen de vooroordelen.

Andrea Lapère richtte 7 jaar geleden een arbeidsbemiddelingsbureau op speciaal voor oud-militairen

Inmiddels heeft ze al veel oud-militairen succesvol geplaatst, waardoor het nu gemakkelijker is om opdrachtgevers te overtuigen. Ze zou het mooi vinden als oud-militairen ook zelf laten zien wie ze zijn en wat ze in hun mars hebben. Daarom schreef ze samen met Monique Harmsen het boek ‘Een gezonde dosis militair dna’. In dit boek vertellen 14 oud-militairen hoe zij een baan in de burgermaatschappij ervaren.

Hoe kwam je op het idee om een detacheringsbureau te beginnen voor oud-militairen?
“Dat is eigenlijk per toeval ontstaan. Ik kwam met oud-militairen in contact en ik zag dat ze kwaliteiten hebben die ook in reguliere organisaties hard nodig zijn. Ze zijn bijvoorbeeld goed in leidinggeven, zeker in moeilijke omstandigheden. Ook zijn ze goed in het analyseren van problemen en het mobiliseren van een team.

En eigenlijk was ik ook wel gecharmeerd van de manier waarop oud-militairen zich vaak presenteren. Ze zien er altijd verzorgd uit met gepoetste schoenen en een gestreken blouse. En ze zijn beleefd in de omgang. Tegelijkertijd zijn ze meestal ook erg bescheiden. Het zijn vaak vakmensen die niet weten wat zij werkelijk waard zijn.”

Wat is de meest opvallende plaatsing die je in al die jaren gedaan hebt?
“De plaatsing van twee oud-militairen in een zorginstelling. Eerlijk gezegd vond ik dat zelf ook wel spannend. In deze instelling werkten veel vrouwen die gewend waren om te polderen. De oud-militairen kregen de opdracht om een reorganisatie door te voeren.

Dit werd een groot succes. Mijn opdrachtgever vertelde dat het in deze organisatie gebruikelijk was om veel te overleggen, ook als er al een besluit genomen was. Daardoor kwam er vaak weinig van de besluiten terecht.

'Het contrast lijkt soms zo groot'

Deze oud-militairen waren in staat geweest om naar iedereen te luisteren. Maar als een besluit eenmaal genomen was, waren zij ook in staat om door te pakken. Natuurlijk kregen zij te maken met weerstand en met nieuwe argumenten. Zij luisterden daar oprecht naar, maar waren tegelijkertijd ook in staat om deze mensen met zachte hand de juiste richting in te duwen. Zo lukte het om de organisatie op een goede manier te reorganiseren.

Ik vind dit een mooi voorbeeld omdat het contrast zo groot lijkt: twee oud-militairen in een zorginstelling. Uiteindelijk bleek dat contrast juist de sleutel tot het succes te zijn.”

Voor wat voor functies zijn oud-militairen over het algemeen het meest geschikt?
“Daar is geen eenduidig antwoord op te geven, want iedereen is natuurlijk anders. Het blijft in mijn vak belangrijk om te luisteren, ook door de regels heen, wat mijn opdrachtgever belangrijk vindt. En dan is het altijd de kunst om de vertaalslag te maken naar de kandidaten die daar het beste bij passen.

Oud-militair Paul Mulder werd door Stratego geplaatst in een reguliere organisatie

Over het algemeen zie ik wel dat oud-militairen goed op hun plaats zijn in leidinggevende functies. Bij Defensie hebben zij geleerd om in zeer verschillende settings de leiding te nemen. Daardoor beheersen zij veel leiderschapsstijlen. Zij zijn vaak succesvol als afdelingshoofd of als manager van een grote organisatie.

Ook zijn oud-militairen vaak goede projectmanagers. Zij zijn bij uitstek in staat om snel een team op te tuigen en samen een project tot een succes te maken.”

In welke branches komen zij het beste tot hun recht?
“Voor mijn gevoel maakt de branche niet zoveel uit. Ik heb oud-militairen in veel verschillende branches geplaatst. Een mooi voorbeeld is een gesprek dat ik had met een manager in de kassenbouw. Hij twijfelde of mijn kandidaat wel geschikt was voor een baan in zijn bedrijf omdat deze oud-militair geen kennis had over het bouwen van kassen. Daar had hij natuurlijk wel een punt.

'Militairen houden niet van kennisachterstand'

Maar het kenmerk van oud-militairen is juist dat ze niet van kennisachterstand houden. Vanuit hun Defensie-achtergrond zijn zij gewend om elke twee tot drie jaar een nieuwe functie te krijgen, waarbij zij zich telkens opnieuw weer moeten inlezen. Zij zijn gewend om zich vast te bijten in nieuwe materie en net zoveel te lezen en te leren totdat ze het nieuwe vak tot in de haarvaten begrijpen.

En ze zijn getraind om te winnen. In een oorlog red je het niet als je een vak maar half beheerst. Ze zijn gewend om alles in het werk te stellen om de beste prestatie te kunnen leveren. Daardoor zijn zij wel degelijk in staat om een nieuw vak snel onder de knie te krijgen.”

Is er ook iets waar oud-militairen vaak tegenaan lopen als je hen in een reguliere organisatie plaatst?
“Ja. Ik hoor van oud-militairen vaak dat ze het kameraadschap missen. Dit is een fenomeen dat je in reguliere organisaties niet in dezelfde mate terugziet als bij Defensie. Oud-militairen ervaren de sfeer in een reguliere organisatie wel eens als los zand.

Tegelijkertijd hoor ik van mijn opdrachtgevers vaak dat zij erg te spreken zijn over het groepsgevoel dat oud-militairen in hun organisatie creëren. ‘Het hele team is opgebloeid’, hoor ik bijvoorbeeld wel eens terug.

Oud-militair Madieke Linckens (beleidsadviseur GHOR) was een van de geïnterviewden van het boek 'Een gezonde dosis militair DNA'

Dat komt omdat het groepsgevoel voor militairen erg belangrijk is. Zij gaan niet voor hun eigen succes, maar voor het succes van de groep. Daar komt natuurlijk ook die bescheiden houding vandaan. Voor een oud-militair is het groepsresultaat hetgeen dat telt.”

Je hebt een boek uitgegeven met 14 interviews met oud-militairen. Waarom wilde je dit boek graag uitbrengen?
“Omdat ik iets wilde doen aan de reputatie van oud-militairen. Ik weet inmiddels wat hun kwaliteiten zijn. Het leek me mooi als zij ook zelf vertellen wie ze zijn en wat ze doen, zodat lezers hen beter leren kennen.”

Wat was jouw eigen conclusie toen het boek geschreven was?
“Dat dé oud-militair niet bestaat. Uit het boek blijkt dat ook oud-militairen allemaal anders zijn en dat ieder zijn eigen kwaliteiten heeft. Na hun militaire leven hebben ze hele diverse functies in het bedrijfsleven gekregen.

En mijn conclusie is dat het voor oud-militairen in principe niets uitmaakt waar zij na hun militaire leven terecht komen. Zij zijn gewend om zich snel aan te passen aan de nieuwe situatie. En zij weten de tools om zich heen te verzamelen overal een succes van te maken, zowel in hun werk als in de rest van hun leven.”