Interview
Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 7 min

NS: ‘We missen soms een landelijk aanspreekpunt’

Wat doe je als er een terroristische aanslag plaatsvindt op een groot station? Of als er een storm over Nederland raast waardoor het treinverkeer stil komt te liggen? “Onze crisisteams zijn hierop voorbereid”, vertelt Peter Schenk, Hoofd Security Risk Management bij de NS. “Dus zij weten wat zij moeten doen als het ons overkomt.”

Crisismanagement bij de NS is van alle tijden. “Maar vanaf 2015 zijn we het gaan professionaliseren”, vertelt Peter Schenk. “We hadden daarvoor voornamelijk een calamiteitenorganisatie en enkele losstaande crisisafspraken met veiligheidspartijen, bijvoorbeeld over terrorisme en voetbalgeweld. Maar we merkten steeds vaker dat er dreigende situaties van ‘buiten’ op ons afkwamen waar wij niet in gekend waren of waarbij onze dienstverlening onder druk werd gezet.

Met Koningsdag bijvoorbeeld worden er overal in het land feesten georganiseerd. De organisaties gingen er vanuit dat al die bezoekers wel in de treinen zouden passen. Maar dat is, zeker landelijk, geen vanzelfsprekendheid. Voor ons is het belangrijk dat we vooraf weten wat er gaat gebeuren, zodat we ons daarop kunnen voorbereiden en eventueel voorwaarden kunnen stellen om het mogelijk te maken.”

In 2015 hebben jullie dus een belangrijke stap gezet in de doorontwikkeling van de crisisorganisatie. Wat veranderde er daardoor?
“Het belangrijkste is dat het intern een bewustwording op gang heeft gebracht. Onze organisatie beseft zich nu dat het belangrijk is om goed voorbereid te zijn op verschillende crises en ook om te weten hoe de belangrijkste externe partijen zich op specifieke crises hebben ingericht. Het omgaan met risico’s werd in toenemende mate herkend als een vakgebied en inmiddels is dat vakgebied professioneel geborgd binnen de NS-organisatie.

'Er kwam een bewustwording op gang'

Dat heeft er onder andere voor gezorgd dat we ons als organisatie zijn gaan richten op een aantal top risico’s. Op basis van deze risico’s zijn we scenario’s gaan ontwikkelen die we actueel houden en beoefenen, ook met onze externe partners. Onze organisatie is op veel vlakken en niveaus verbonden met externe partijen en deze realiseren zich in toenemende mate dat NS ook in bestuurlijke veiligheid en crisisoverleggen een partij is die er toe doet, zowel in koude fase als tijdens een daadwerkelijke crisissituatie.”

Hoe zorg je ervoor dat je tijdens een crisis een goede aansluiting hebt met externe partijen?
“We hebben onze crisisteams ingericht zoals de meeste overheidspartijen dat ook hebben gedaan. We hebben dus een tactisch team en een strategisch team met een vergelijkebare scope qua besluitvorming. Hierdoor zijn we in staat om tijdens een crisis aan te haken bij de overheidscrisisteams en liaisons te leveren, als dat nodig is.

Het opleiden, trainen en oefenen van de crisisteams gebeurt binnen één bedrijfsonderdeel, dichtbij de NS Operatie

De meest recente verandering is dat we binnen onze crisis- en calamiteitenstaf nu een echte onderverdeling hebben gemaakt tussen eerste- en tweedelijnswerkzaamheden. Hierdoor komen de uitvoerende taken zoals het opleiden, trainen en oefenen van alle crisisteams (totaal zo’n 220 leden) binnen één bedrijfsonderdeel, dicht bij de NS Operatie. De crisismanagementstrategie blijft binnen mijn team en samen brengen we dit als geheel weer verder.”

Kun je een voorbeeld van een risico noemen?
“Terrorisme. We bereiden ons al sinds 2002 voor op een terroristische aanslag. Zoals bekend richten terroristen zich op het maken van grote aantallen slachtoffers. En in tegenstelling tot een luchthaven, heeft het openbaar vervoer een open systeem. Iedereen kan een station, trein of bus binnenlopen. Daarom leent het openbaar vervoer zich goed voor een terroristische aanslag.

De NS bereidt zich al sinds 2002 voor op een terroristische aanval

We doen onze voorbereiding hierop in nauwe samenwerking met het NCTV, de inlichtingendiensten en de politie. Zij informeren ons over de dreigingen en risico’s. Wij bepalen op basis daarvan welke maatregelen we nemen en stemmen dat weer af met onze crisispartners zoals de politie, de veiligheidsregio’s, de gemeentes, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ProRail.

We hebben fysieke maatregelen genomen zoals camera’s in en rond grote stations, inrijdbeveiliging rondom enkele stations en we trainen onze mensen in de operatie om verdacht gedrag te herkennen. Samen met de overheid (NCTV en I&W) zijn we recent gestart om een aantal weerbaarheidsverhogende maatregelen voor de vitale sector Spoor op te stellen en uit te voeren. Hierbij richten we ons op cyber, fysieke security (waaronder terrorisme) en economische veiligheid. Het hebben van een goed functionerende crisismanagementorganisatie is daarbij onmisbaar.”

Hebben jullie wel eens te maken gekregen met een terroristische aanval?
“Ja, de steekpartij op Amsterdam CS bijvoorbeeld. Daarbij is de dader onmiddellijk na het neersteken van een reiziger neergeschoten door de aanwezige politie en waardoor erger werd voorkomen.

Ook de tramaanslag in Utrecht in 2019 is daar een voorbeeld van. Bij een terroristische aanslag schalen we altijd direct onze crisismanagementorganisatie op naar het hoogste niveau. Net na de aanslag was de dader nog voortvluchtig en werd er gevreesd voor meer aanslagen op andere locaties.

'We zagen politiemensen met zware bewapening het station binnenlopen'

We zagen op onze camera’s direct na de aanslag politiemensen met zware bewapening het station Utrecht Centraal binnenlopen. Op zo’n moment besef je hoe belangrijk het is dat je een goede afstemming hebt met de lokale driehoek. Je wilt dan als NS weten: lopen die politiemensen daar uit voorzorg om onze medewerkers en reizigers te beschermen? Of verwacht de driehoek een terroristische aanslag op ons station en moeten we ons station mogelijk ontruimen en de treindienst laten stilleggen? Daarmee ontnemen we mensen meteen ook de mogelijkheid om uit de gemeente Utrecht te vertrekken of te vluchten.”

Kun je meer voorbeelden van crises noemen? En met welke partijen werk je dan samen?
“De coronapandemie is natuurlijk ook een voorbeeld van een crisis. We hebben toen op een hele goede manier samengewerkt met het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (DCC I&W). Zij pakten al snel de regie en zorgden voor een goede aansluiting van de openbaar vervoersector op de maatregelen die vanuit de ministeries van Volksgezondheid en van Justitie werden afgekondigd.

Bij de coronapandemie pakte het DCC I&W de regie

Samen met het DCC I&W zagen we de crisis al eind januari 2020 aankomen. Zij hebben toen alle mobiliteitpartijen, waaronder het openbaar vervoer, bij elkaar gebracht. Dus we zaten in februari aan tafel met luchtvaart- en busmaatschappijen, de scheepvaart, ProRail, enzovoorts. Samen hebben we een eenduidig beeld gecreëerd en zijn er scenario’s uitgewerkt. In die eerste drie maanden kwamen we bijna dagelijks bij elkaar. Daarna is de crisisorganisatie overgegaan van het DCC I&W naar een projectorganisatie.

Het mooie van de crisisaanpak samen met het DCC I&W was dat we allemaal vanuit hetzelfde beeld werkten. Bovendien hadden we een goede mix van kennis aan tafel. Daardoor hoefden we niet allemaal zelf het wiel uit te vinden. We konden van elkaar leren. Het was natuurlijk een spannende tijd waarin we veel vragen hadden. Bijvoorbeeld: wat verwacht de overheid van ons? Het DCC I&W was het platform waar we met onze vragen terecht konden.”

Kun je nog een voorbeeld van een crisis noemen?
“De huidige crisis rondom de Oekraïense vluchtelingen. In deze crisis heeft het DCC I&W geen rol en hebben we hun regiefunctie wel gemist. We hebben een goede samenwerking met onze Duitse collega’s. Dus we wisten dat er treinen vol met Oekraïense vluchtelingen naar Nederland toe zouden komen. Maar wij wisten in Nederland niet waar zij zich konden melden en wat de ontvangende overheid van hen verwachtte.

Door gebruik te maken van het o zo belangrijke persoonlijke netwerk zijn we onder andere bij het DG Migratie van het ministerie van Justitie uitgekomen. Dit ministerie was bezig met de oprichting van een landelijk coördinatiecentrum: het KCIO. Maar dat coördinatiecentrum kon in die eerste dagen nog niet veel voor ons betekenen. We hebben toen veel gehad aan het Rode Kruis. Zij zijn een goede crisispartner waar we prettig mee hebben samenwerken. Later kwam ook de samenwerking met het KCIO op gang en hebben we zelfs enige tijd een eigen NS-account op LCMS gehad.”

Op 3 april 2022 kregen jullie met een hele andere crisis te maken. Door een landelijke IT-storing lag het treinverkeer in heel Nederland plat. Jullie hebben toen besloten om geen bussen in te zetten en daar is veel kritiek op gekomen. Hoe kijk je daar nu op terug?
“Die storing en onze reactie daarop laat zien dat we onze scenario’s continu moeten blijven doorontwikkelen en beoefenen. Door een samenloop van verschillende omstandigheden werden we geconfronteerd met een situatie waarop er eigenlijk maar één besluit mogelijk was. Dat was het gecontroleerd en dus veilig stilleggen van de treindienst.

Bij het landelijk stilleggen van het treinverkeer is het inzetten van bussen geen optie

Bij het landelijk stilleggen van de treindienst is het inzetten van bussen geen optie. In een trein kunnen wel 1000 mensen zitten. Dat is 20 bussen per uitgevallen trein. Op sommige trajecten rijden wel 8 treinen per uur. Er is geen beginnen aan om in heel Nederland bussen in te zetten. Zoveel bussen en chauffeurs zijn er helemaal niet.

We hebben het COT gevraagd om deze crisis te evalueren zodat we ervan kunnen leren en onze processen daarop kunnen aanpassen. We zijn en blijven een lerende organisatie.”

Jullie hebben dus met zeer uiteenlopende crises te maken. Zijn er dilemma’s die keer op keer weer terugkomen?
“Intern merken we dat de NS voor het overgrote deel een echte logistieke en dienstverlenende organisatie is. Onze collega’s willen vooral graag dat de treinen zo snel mogelijk weer rijden. Maar de treinen kunnen natuurlijk alleen rijden als dat veilig is voor de medewerkers en de reizigers. Voor ons blijft het dus belangrijk dat het risicomanagement voldoende en tijdig meegenomen wordt in de besluitvorming.

Extern missen we nog te vaak een landelijk aanspreekpunt bij de overheid. De crisis rondom de Oekraïense vluchtelingen is daar een voorbeeld van. Maar je ziet dat ook bij andere crises terugkomen.

Stel dat we het treinverkeer in Utrecht stil hadden moeten leggen na de tramaanslag in 2019. Dan had dit direct gevolgen gehad voor het treinverkeer in andere steden. Daarom is die afstemming op landelijk niveau zo belangrijk. We kunnen dan aangeven welke impact een maatregel heeft voor het treinverkeer in andere regio’s. Ook kunnen we aangeven hoe lang het vervolgens duurt voordat het treinverkeer weer helemaal op gang komt. Dit kan meegenomen worden in de besluitvorming.

'We hebben goede relaties opgebouwd met relevante partijen'

Gelukkig hebben we door de jaren heen met een aantal relevante partijen een goede relatie opgebouwd als het gaat om een directe samenwerking ten tijde van crisis. We hebben goede, vaak persoonlijke contacten met organisaties zoals het DLOC, het NSGBO van de Landelijke Eenheid, gemeenten, veiligheidsregio’s en het NCC. Een deel van deze goede relaties zouden we graag meer formaliseren zodat er naast de persoonlijke bekendheid ook voldoende procesmatige borging komt.

Daarom zijn we blij met de komst van het Knooppunt Coördinatie Regio’s - Rijk (KCR2). We willen daar graag in meedenken en in meepraten, omdat een landelijk informatie- en aanspreekpunt ons helpt bij de crisisaanpak.”

Jullie werken regelmatig met andere crisisorganisaties samen. Wat zou je tegen hen willen zeggen om de samenwerking te verbeteren?
“Bij andere organisaties is er soms verwarring over de rolverdeling tussen ProRail en de NS. Zwart-wit gezien probeer ik dat zo uit te leggen: ProRail gaat over het beheer en de veiligheid van het spoor en de spoorsystemen. Dus bij extreem weer is ProRail aan zet. Zij weten wat de impact is als er bijvoorbeeld tijdens een storm veel bomen omvallen die op het spoor terecht komen.

De NS gaat over de reizigers en het NS-personeel. Meestal doen we dit samen met ProRail want vaak zijn dit zaken die met elkaar verbonden zijn, de ketenbenadering. Maar zodra de veiligheid van de reizigers of ons personeel in het geding is of dreigt te komen, zitten wij aan tafel. Dat is een verantwoordelijkheid die we niet kunnen overdragen.

Ook is het goed om te weten dat we regelmatig met andere partners oefenen. In 2018 hebben we bijvoorbeeld meegedaan met een multidisciplinaire crisisoefening van een terroristische aanval op het station Amersfoort. Deze oefening duurde 72 uur en daarin hebben we intensief samengewerkt met de veiligheidsregio Utrecht, Defensie, de gemeente Amersfoort, de politie en ProRail.

We oefenen ook regelmatig op kleinere schaal. Soms nemen anderen (de politie, de Koninklijke Marechaussee, Defensie of een veiligheidsregio) daarin het initiatief. Zij benaderen ons dan om te vragen of ze op een station of in een trein mogen oefenen. Dat vinden wij vaak goed, maar we stellen wel voorwaarden: het mag geen overlast voor de onze reguliere dienstverlening veroorzaken en we willen graag meedoen. Ook sluiten we graag aan bij grote landelijke oefeningen. We doen bijvoorbeeld mee aan ISIDOOR om nog beter voorbereid te zijn op een cybercrisis.”

Wat zou je graag willen verbeteren in de samenwerking met andere organisaties?
“Over het algemeen gaat de samenwerking goed. Wel merken we dat we bij risicovolle evenementen nog niet altijd meegenomen worden in de scoop. We zouden graag willen dat de gemeentes bij het mobiliteitsplan binnen de vergunningverlening van deze evenementen ook kijken of er een afstemming is geweest met de NS. Met een goede afstemming vooraf zal de operatie beter verlopen.”

Tot slot, wat zijn de belangrijkste nieuwe crises waar jullie je voor de komende jaren op voorbereiden?
“Het personeelstekort bijvoorbeeld. We hebben nu 1100 vacatures. Dat is nog geen crisis, maar wel een uitdaging voor de operatie. Ook hebben we de voortdurende en toenemende dreiging van cyber en we houden rekening met meer extreem weer, zoals zware windstoten en hevige regen. En uiteraard houden we rekening met nieuwe virussen of virusvarianten.

Daarnaast houden we de internationale ontwikkelingen in de gaten en werken we samen met andere veiligheidspartijen, zoals de politie en de NCTV. We houden er rekening mee dat onze grondstoffen steeds schaarser kunnen worden of de distributie daarvan kan worden onderbroken. Ook niet onbelangrijk: een van onze belangrijkste grondstoffen is natuurlijk elektriciteit.

Van al die risico’s maakt de afdeling NS Risk een Top 10. We schrijven daarop scenario’s en draaiboeken zodat we weten hoe we moeten handelen als het ons overkomt. En we oefenen regelmatig, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn.”

01 augustus 2022